In de Libelle van deze week deel ik mijn verhaal over mijn (te) late autisme-diagnose. Over hoe je steeds verder van de maatschappij af kunt raken, terwijl je blijft zoeken naar wat er met je aan de hand is.
Jarenlang dacht ik dat het aan mij lag, dat ik te gevoelig was, te ingewikkeld. Tot iemand eindelijk iets anders zag.
En ik ben geen uitzondering. Het is een herkenbaar verhaal voor veel vrouwen met een late autisme-diagnose. Steeds opnieuw dezelfde lijn: jaren zoeken, verkeerde labels, niet passende hulp, en uiteindelijk pas laat herkenning.
Ondertussen stapelt de schade zich op. Misdiagnoses blijven hangen, met elke diagnose komt een nieuw stigma, en behandelingen volgen elkaar op zonder dat ze echt helpen. Je raakt steeds verder van jezelf verwijderd, terwijl je juist probeert dichterbij te komen.
Dat doet iets met je zelfbeeld. Je gaat jezelf zien als het probleem. En op een gegeven moment raak je zo uitgeput dat je het leven zelf opgeeft.
Mijn diagnose gaf me geen oplossing. Wel woorden. Context. En ruimte om anders naar mezelf te kijken. Maar mij verhaal legt ook iets anders bloot: hoeveel schade er ontstaat als iemand jarenlang niet wordt herkend én niet passend wordt geholpen.
Mijn diagnose kwam laat, maar niet zonder betekenis. Het geeft me de kans om het pad voor anderen vrij te maken, zodat zij zichzelf niet zo lang kwijt hoeven te raken.
Dat is ook waarom ik doe wat ik doe met Studio Zondag verhalen zichtbaar maken die te lang ongezien blijven, zodat herkenning eerder ontstaat en mensen eerder gezien en sneller begrepen worden. Voordat de schade zich opstapelt.
En ergens helpt het ook dat ik daar zelf nog even voor moet blijven.
Zolang begrip niet vanzelfsprekend is, heb ik nog werk te doen.




